ECLI:NL:RVS:2016:2931
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onvoldoende motivering risico detentie in Bulgarije
De vreemdeling diende op 10 december 2015 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris besloot op 25 mei 2016 deze aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk werd gehouden voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de overdracht aan Bulgarije niet zou leiden tot een situatie die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro, met name omdat de rapporten waarop de staatssecretaris zich baseerde betrekking hadden op situaties na een definitieve afwijzing in Bulgarije, wat hier niet aan de orde was. Daarnaast was onvoldoende rekening gehouden met de psychische kwetsbaarheid van de vreemdeling en de medische stukken die een doorlopend beeld van zijn psychische gesteldheid gaven.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris niet zonder nadere motivering kon volhouden dat behandeling van de psychische problemen in Bulgarije mogelijk was, mede gezien het rapport van AIDA dat ernstige tekortkomingen in de Bulgaarse gezondheidszorg beschreef. Het beroep van de vreemdeling werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onvoldoende onderzoek naar risico's voor de vreemdeling.