ECLI:NL:RVS:2016:2076
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-behandeling asielaanvraag en toetsing overdracht Bulgarije
De vreemdeling diende op 18 november 2015 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris besloot op 13 april 2016 deze aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk werd gehouden voor de behandeling. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank op 13 mei 2016 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering over het risico van detentie en schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht naar Bulgarije.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de vreemdeling na overdracht naar Bulgarije mogelijk gedetineerd zou worden, omdat de situatie van de vreemdeling niet overeenkomt met de gevallen waarin een definitief afwijzend besluit in Bulgarije is genomen. De Afdeling overwoog dat de aangehaalde rapporten geen risico op detentie voor de vreemdeling aannemelijk maken.
Verder faalden de overige beroepsgronden van de vreemdeling, waaronder het beroep op het ontbreken van rechtsbijstand in Bulgarije en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris gehandhaafd.