ECLI:NL:RVS:2016:2944
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel na overlegging doopakte
Bij besluiten van 30 juli 2015 verklaarde de staatssecretaris de asielaanvragen van vreemdelingen niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde deze besluiten en oordeelde dat de doopakte van het minderjarige kind een nieuw feit (novum) vormde, waardoor toetsing van de aanvragen gerechtvaardigd was.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de besluiten had getoetst en dat de geloofwaardigheid van de bekering van het kind had moeten worden beoordeeld. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze grieven, onder meer omdat de rechtbank terecht het ne bis-beoordelingskader toepaste en de staatssecretaris in de besluiten geen standpunt innam over de geloofwaardigheid van de bekering.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank, bepaalde dat de staatssecretaris opnieuw moet beslissen met een gemotiveerd oordeel over de geloofwaardigheid van de bekering, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €496.
Deze uitspraak benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige toetsing van asielaanvragen bij nieuwe feiten en de verplichting tot motivering door bestuursorganen.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen werd vernietigd en de staatssecretaris moet opnieuw beslissen met motivering over de geloofwaardigheid van de bekering.