ECLI:NL:RVS:2016:3001
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering veiligheidssituatie Libië
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie had op 14 april 2015 de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd van de vreemdelingen ingetrokken en hun verzoeken tot verlenging of om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgewezen. Tevens werd geweigerd hen een reguliere verblijfsvergunning te verlenen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 juni 2016 het besluit vernietigde wegens ondeugdelijke motivering omtrent de veiligheidssituatie in Libië, met name in Tripoli en Benghazi.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de motivering onvoldoende was, mede gelet op eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat er geen uitzonderlijke situatie in Libië is die bescherming op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 rechtvaardigt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van de overwegingen. Daarnaast stelde de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast op €496,00 en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding hiervan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.