ECLI:NL:RVS:2016:3147
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling, een Letse gemeenschapsonderdaan, woonde sinds 2005 in Nederland. De staatssecretaris beëindigde in 2014 haar verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan en verklaarde het bezwaar daartegen in 2015 ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit vanwege onvoldoende belangenafweging, met name ten aanzien van het recht op gezinsleven.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, dat na de uitspraak van de rechtbank was genomen, bij de beoordeling betrokken mocht worden omdat het betrekking had op de periode vóór de uitspraak.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling niet voldeed aan de vereisten van vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd op grond van artikel 8 EVRM Pro. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, terwijl het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond werd verklaard.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.