ECLI:NL:RVS:2016:3244
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken
Appellante heeft via haar gemachtigde twee Wob-verzoeken ingediend bij het CJIB met het verzoek om openbaarmaking van documenten met betrekking tot verkeersboetes. De minister stelde dat er sprake was van misbruik van recht, omdat de verzoeken vaag waren, identiek en onnodig de besluitvorming konden bemoeilijken. Bovendien werd gewezen op het grote aantal soortgelijke procedures van de gemachtigde en diens 'no cure no pay'-constructie.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat misbruik van recht kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. Gezien de ruime kennis van de gemachtigde en het feit dat de Wob niet de juiste grondslag was voor het verkrijgen van stukken voor administratief beroep, concludeerde de Afdeling dat de verzoeken en het beroep werden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid is gegeven.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van het juiste gebruik van wettelijke bevoegdheden en de grenzen aan het indienen van Wob-verzoeken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van Wob-verzoeken.