ECLI:NL:RVS:2016:3278
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging exploitatievergunning horeca Klompenmakerij Marken
De burgemeester van Waterland verleende op 29 april 2014 aan de vergunninghouder een Drank- en Horecavergunning, exploitatievergunning en terrasvergunning voor de Klompenmakerij te Marken. Appellant, wonend nabij de locatie, maakte bezwaar tegen deze vergunningen vanwege mogelijke aantasting van woongenot en waardedaling van zijn woning.
De rechtbank Noord-Holland vernietigde het besluit van 2 oktober 2014 waarin de burgemeester het bezwaar ongegrond verklaarde en bepaalde dat de burgemeester het besluit opnieuw moest nemen. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester niet juist had beoordeeld wat de invloed van het terras was op de woon- en leefsituatie en dat de burgemeester niet bevoegd was een terrasvergunning te verlenen omdat het terras op eigen terrein ligt.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de rechtbank buiten de omvang van het geding is getreden door ook het besluit over de Drank- en Horecavergunning te vernietigen terwijl appellant daartegen geen bezwaar had gemaakt. Verder oordeelt de Afdeling dat de burgemeester bij het besluit van 2 oktober 2014 mocht uitgaan van de geldigheid van een toen geldende omgevingsvergunning, ook al was deze later vernietigd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het besluit over de Drank- en Horecavergunning handhaafde.
Het nieuwe besluit van 26 november 2015, waarin de burgemeester het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde en de exploitatievergunning handhaafde, wordt verwezen naar de rechtbank voor beoordeling. De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank deels vernietigd en het nieuwe besluit van de burgemeester verwezen naar de rechtbank.