ECLI:NL:RVS:2016:3300
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen exploitatievergunning coffeeshop Utrecht
De burgemeester van Utrecht stelde bij besluit van 28 maart 2013 de aanvraag van appellant om een exploitatievergunning voor een coffeeshop buiten behandeling, omdat hij geen gedoogverklaring wilde afgeven vanwege banden met een bedrijf met een belast verleden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, omdat zij oordeelde dat appellant geen belang meer had bij verdere behandeling.
Appellant stelde in hoger beroep dat de volgorde van besluiten onjuist was: eerst moet een inhoudelijke beslissing over de vergunning worden genomen, waarna eventueel een gedoogverklaring kan volgen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester ten onrechte artikel 4:5 van Pro de Awb had toegepast om de aanvraag buiten behandeling te stellen, omdat de aanvraag niet onvolledig of ongenoegzaam was.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de burgemeester, en verklaarde het beroep gegrond. De burgemeester moet een nieuw inhoudelijk besluit nemen, waarbij ook een eventueel bibob-onderzoek kan worden uitgevoerd. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen wordt vernietigd en de burgemeester moet een inhoudelijke beslissing nemen.