ECLI:NL:RVS:2016:3317
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging kinderopvangtoeslag en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
De Belastingdienst/Toeslagen wijzigde het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2010 naar nihil en stelde de toeslag voor 2011 definitief vast op €3.616. De appellant voerde aan dat zij wel kosten had gemaakt voor kinderopvang, maar kon dit niet voldoende aantonen met betalingsbewijzen, met name voor contante betalingen aan de gastouder. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht de toeslagen had aangepast vanwege het ontbreken van bewijs.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. De Afdeling benadrukte dat de appellant de bewijslast draagt en dat contante betalingen alleen als bewijs gelden indien ondersteund door kwitanties of bankafschriften. De overgelegde stukken toonden geen bewijs van betaling aan de gastouder, waardoor de toeslag terecht op nihil werd gesteld voor 2010.
Daarnaast behandelde de Afdeling het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Voor 2011 werd dit verzoek afgewezen omdat de procedure nog binnen de redelijke termijn viel. Voor 2010 werd vastgesteld dat de bezwaarprocedure bijna vier jaar duurde, wat de redelijke termijn overschreed. De Belastingdienst werd daarom veroordeeld tot betaling van €1.000 aan de appellant.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees verdere verzoeken af. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Bevestiging wijziging kinderopvangtoeslag en toekenning vergoeding van €1.000 wegens termijnoverschrijding.