ECLI:NL:RVS:2016:3392
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag wegens ontbreken zelfstandige woonruimte
Appellant ontving in 2011 voorschotten huurtoeslag voor een woning aan een adres te Akkrum. De Belastingdienst stelde dat op dat adres meerdere personen stonden ingeschreven en dat appellant geen zelfstandige woonruimte huurde, waardoor geen recht op huurtoeslag bestond. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat hij een zelfstandige woonruimte bewoonde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel een zelfstandige woonruimte had, ondersteund door een huurovereenkomst, verklaringen van de verhuurder en derden, bouwtekeningen en foto’s. Volgens hem beschikte hij over een eigen toegang, keuken, badkamer en toilet. De Raad van State toetste dit aan de wettelijke definitie van zelfstandige woonruimte, die vereist dat de woning een eigen toegang heeft en dat wezenlijke voorzieningen exclusief beschikbaar zijn.
Uit de stukken bleek dat het toilet zich beneden bevond en niet exclusief toegankelijk was voor appellant, terwijl zijn woonruimte op de eerste verdieping lag. Er was geen sluitend bewijs dat het toilet exclusief voor appellant was. Daarom concludeerde de Raad van State dat appellant niet had aangetoond dat hij een zelfstandige woonruimte bewoonde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 21 december 2016 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; geen huurtoeslag wegens ontbreken zelfstandige woonruimte.