ECLI:NL:RVS:2016:3449
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kindgebonden budget op basis van vastgesteld verzamelinkomen
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het eerder toegekende kindgebonden budget over 2011 herzien op grond van een hoger vastgesteld verzamelinkomen van appellante en haar toeslagpartner. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht uitging van het door de inspecteur vastgestelde inkomen en dat de procesgebreken in de bezwaarprocedure konden worden gepasseerd omdat appellante niet in haar belangen was geschaad.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het recht op hoor en wederhoor was geschonden en dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met haar geschil over het verzamelinkomen bij de inspecteur. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank appellante tijdig had geïnformeerd over de procedure en dat zij de gelegenheid had gekregen te reageren op het verweerschrift. Tevens is volgens vaste rechtspraak het verzamelinkomen zoals vastgesteld in de aanslag bepalend voor de draagkracht en daarmee het recht op kindgebonden budget, ongeacht lopende geschillen over dat inkomen.
De Afdeling concludeerde dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht het inkomen van de inspecteur heeft gevolgd en dat de procesgebreken niet tot vernietiging van het besluit leiden. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.