ECLI:NL:RVS:2016:3476
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering huurtoeslag 2011
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 24 februari 2015 de huurtoeslag van appellant over 2011 definitief vast op nihil en vorderde €2.664,00 terug. Appellant diende op 14 mei 2015 een bezwaarschrift in, dat door de dienst op 7 augustus 2015 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat appellant in verzuim was, aangezien het besluit op 17 februari 2015 naar het juiste adres was verzonden en de termijn tot 7 april 2015 liep.
In hoger beroep stelde appellant dat hij het besluit niet had ontvangen en betwistte het bewijs van verzending. De Afdeling oordeelde dat de Belastingdienst aannemelijk had gemaakt dat het besluit naar het juiste adres was verzonden, onderbouwd met registratie in het postregistratiesysteem en het DACAS-systeem. Appellant slaagde er niet in het vermoeden van ontvangst te ontzenuwen met feiten die de ontvangst redelijkerwijs konden betwijfelen.
De Afdeling stelde vast dat het bezwaarschrift te laat was ingediend en dat geen sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding. Een inhoudelijke behandeling van het bezwaar was daarom niet aan de orde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.