ECLI:NL:RVS:2016:3508
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: schending motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
De vreemdeling werd op 15 september 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Op 6 oktober 2016 werd een nieuwe maatregel van bewaring opgelegd, waarop de vreemdeling asiel aanvroeg. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het gehoor van 6 oktober 2016 voldeed aan de eisen. De staatssecretaris heeft onvoldoende actief onderzocht of er nieuwe of gewijzigde omstandigheden waren die een lichter middel rechtvaardigden. Het proces-verbaal toont niet aan dat de vreemdeling de kans kreeg dergelijke feiten aan te dragen.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond. Omdat de maatregel inmiddels is opgeheven, blijft een bevel achterwege. De vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend over de periode van 6 tot 25 oktober 2016. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.