ECLI:NL:RVS:2016:3523
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vestigingsalternatief in Kinshasa voor vreemdeling uit Zuid-Kivu afgewezen
De vreemdeling, afkomstig uit Zuid-Kivu in de Democratische Republiek Congo en behorend tot de Banyamulenge, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat zij een vestigingsalternatief heeft in Kinshasa. De rechtbank oordeelde echter dat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd, met name over de mogelijkheid voor de vreemdeling als alleenstaande vrouw om zich staande te houden in Kinshasa.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000 duidelijk onderscheid maakt tussen vreemdelingen met een geloofwaardig en een ongeloofwaardig asielrelaas, waarbij aan laatstgenoemden een vestigingsalternatief kan worden tegengeworpen. Aangezien het asielrelaas van de vreemdeling ongeloofwaardig werd geacht, kon van haar verlangd worden zich in Kinshasa te vestigen.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat zij zich niet kon aansluiten bij haar etnische gemeenschap in Kinshasa. Het was aan de vreemdeling om dit te bewijzen, wat zij niet had gedaan. De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van een deugdelijke motivering bij het tegenwerpen van een vestigingsalternatief en benadrukt de bewijslast bij de vreemdeling om uitzonderingen aannemelijk te maken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.