ECLI:NL:RVS:2016:447
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing spoedeisende bestuursdwang bij verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 23 juni 2015 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. Hierbij werd een vuilniszak verwijderd die naast een ondergrondse restafvalcontainer was aangetroffen. In de vuilniszak werden naam- en adresgegevens van appellant gevonden, waardoor het college hem als overtreder aanmerkte.
Appellant betoogde dat hij niet degene was die de vuilniszak verkeerd had aangeboden, omdat de locatie van de vondst ongeveer 1 km van zijn woning lag en hij vermoedde dat de brief verkeerd was bezorgd. Hij stelde dat het college niet op basis van één brief kon concluderen dat hij de overtreder was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college mocht aannemen dat appellant de overtreder was, tenzij hij aannemelijk maakte dat hij niet de overtreding had begaan. De enkele afstand van de vindplaats en het bestaan van andere inzamelvoorzieningen waren onvoldoende om dit aannemelijk te maken. Ook was niet aannemelijk dat de brief verkeerd was bezorgd en door een ander in de vuilniszak was gedaan.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.