ECLI:NL:RVS:2017:1223
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 26 april 2016 schriftelijk bevestigd dat zij op 18 april 2016 spoedeisende bestuursdwang heeft toegepast wegens het onjuist aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. Hierbij is een deel van de kosten (€ 126,00) aan appellante opgelegd.
Appellante betwist dat zij de overtreding heeft begaan en stelt dat haar vader de doos gebruikte voor de verkoop van een printer en dat een koper mogelijk de doos bij het huisvuil heeft aangeboden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de persoon aan wie het afval kan worden herleid in principe als overtreder wordt beschouwd, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat diegene niet de overtreding heeft gepleegd.
De door appellante aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende concreet en overtuigend om te concluderen dat zij niet de overtreder is. De Afdeling bevestigt het oordeel van het college dat appellante als overtreder kan worden aangemerkt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de kosten van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.