ECLI:NL:RVS:2016:579
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake uitzettingsbesluiten en medische noodsituatie bij minderjarige vreemdeling
Bij besluiten van 3 november 2010 wees de minister voor Immigratie en Asiel aanvragen van meerdere vreemdelingen af om hun uitzetting op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 achterwege te laten. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen en een minderjarige vreemdeling gegrond en vernietigde de besluiten, waarbij zij oordeelde dat het vasthouden aan het mvv-vereiste jegens de minderjarige vreemdeling tot een onbillijkheid van overwegende aard leidde.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank onvoldoende terughoudendheid had betracht bij de toetsing van de toepassing van de hardheidsclausule en dat de rechtbank ten onrechte een zelfstandige beoordeling had verricht in plaats van de redelijkheidstoets toe te passen. Tevens werd geoordeeld dat het Bureau Medische Advisering (BMA) het begrip 'medische noodsituatie op korte termijn' niet afwijkend van de Vreemdelingencirculaire 2000 had omschreven, zoals de rechtbank had aangenomen.
Verder stelde de Afdeling vast dat de rechtbank ten onrechte de beroepen van de gezinsleden aan elkaar had verbonden zonder individuele toetsing van hun eigen gezondheidstoestand. Ook oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris niet had mogen afgaan op het BMA-advies zonder de gemotiveerde brief van kinderpsychiaters en -psychologen van Centrum '45 ter nadere reactie aan het BMA voor te leggen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris ten aanzien van de minderjarige vreemdeling, en wees de zaken terug naar de rechtbank voor nieuwe behandeling en beslissing. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd, en de zaken zijn terugverwezen naar de rechtbank.