ECLI:NL:RVS:2016:643
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur
Bij besluit van 14 mei 2014 wees de minister een verzoek om informatie van appellante gedeeltelijk af. Appellante maakte bezwaar, dat bij besluit van 1 augustus 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het geschil betrof de vraag of het bestuursorgaan verplicht was informatie te verstrekken die op het moment van het verzoek nog niet aanwezig was. Appellante had op 6 mei 2014 een Wob-verzoek ingediend bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) om metagegevens over een boetebeschikking. De minister stelde dat de CVOM deze gegevens pas na het instellen van administratief beroep ontvangt, en dat de gevraagde informatie pas na het verzoek op 12 mei 2014 werd opgevraagd en op 14 mei 2014 ontvangen.
De Afdeling oordeelde dat een Wob-verzoek geen betrekking kan hebben op documenten die na het verzoek zijn vervaardigd of ontvangen. Gelet op de feiten was de gevraagde informatie ten tijde van het verzoek nog niet aanwezig bij de CVOM. Daarom was het besluit tot afwijzing terecht en werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het Wob-verzoek wordt bevestigd.