ECLI:NL:RVS:2016:876
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.C.P. Venema
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving minicamping wegens gebrekkige motivering en toepassing gedoogbeschikking
Appellant exploiteert een minicamping op een perceel in Asten waarop het bestemmingsplan een agrarische bestemming met nevenactiviteiten toestaat. Het college legde handhavingslasten op om de strijdige activiteiten te beëindigen, waaronder het indienen van een kansrijke aanvraag tot legalisatie, het beëindigen van huisvesting van arbeidsmigranten en het gebruik van een mestbassin.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en dat van de tegenstanders gegrond, waarbij het college werd verplicht het besluit te herroepen voor zover het een begunstigingstermijn bood en de dwangsomhoogte onvoldoende onderbouwd was. Het college gaf een gedoogbeschikking af en schortte de dwangsom op zolang deze van kracht was.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het college niet meer bevoegd was tot handhaving vanwege de gedoogbeschikking, dat de begunstigingstermijn onterecht was herroepen, en dat de motivering van de dwangsom onvoldoende was. De Afdeling oordeelde dat het college de last om binnen twee maanden een kansrijke aanvraag in te dienen niet langer handhaafde en dat de rechtbank dit niet had onderkend. Tevens werd geoordeeld dat het college het gedoogbesluit onvoldoende had betrokken in de belangenafweging, waardoor het besluit op bezwaar van 31 juli 2014 vernietigd moest worden. De overige oordelen van de rechtbank werden bevestigd.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van griffierecht. Het college hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen vanwege het besluit van 14 oktober 2015 waarin uitvoering is gegeven aan de uitspraak en de dwangsom is opgeschort zolang de gedoogbeschikking geldt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit op bezwaar van 31 juli 2014 wordt vernietigd voor zover het de begunstigingstermijn en het niet betrekken van het gedoogbesluit betreft.