ECLI:NL:RVS:2016:886
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging rechtmatig verblijf vreemdeling
Bij besluit van 28 januari 2015 wees de staatssecretaris een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat hij zou worden uitgezet gedurende de behandeling van het hoger beroep. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 21 maart 2016 afgewezen, mede gelet op eerdere overwegingen dat niet valt uit te sluiten dat de uitspraak van de rechtbank niet in stand zal blijven.
De staatssecretaris beëindigde op dezelfde dag het rechtmatig verblijf van de vreemdeling, waardoor uitzetting mogelijk werd. De voorzieningenrechter vond echter geen grond om aan te nemen dat de verblijfsvergunning niet geweigerd had mogen worden en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen, waardoor de vreemdeling kan worden uitgezet.