Uitspraak
200702330/1heeft de Afdeling naar aanleiding van onder meer door [appellant sub 4], [appellant sub 5] en [appellante sub 7] ingestelde beroepen tegen het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan "Kempisch Bedrijvenpark" geoordeeld dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het in het plan voorziene bedrijventerrein de drempelwaarde van 150 hectare niet overschrijdt, zodat niet op grond van overschrijding van die drempelwaarde een verplichting bestaat tot het maken van een Milieu-effectrapport (hierna: MER). Hetgeen overigens in die procedure was aangevoerd gaf de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat in verband met bijzondere omstandigheden niettemin een MER diende te worden gemaakt.
200806151/1/R1over de beroepen die zijn ingesteld tegen de vaststelling van de Cbb N284 Hapert (hierna: het deskundigenbericht) is bij het berekenen van bijdragen van bestaand agrarisch gebruik in het plangebied aan de luchtkwaliteit gebruik gemaakt van door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer goedgekeurde rekenmodellen. Uit het enkele feit dat rekenresultaten in rapportages verschillen, kan niet worden afgeleid dat ze onjuist zijn. Voortschrijdend inzicht kan ertoe leiden dat rekenmodellen op onderdelen worden aangepast. Voor de bijdrage van landbouw aan de concentratie zwevende deeltjes (PM10), is gebruik gemaakt van de "Berekeningsmethode voor de emissie van fijn stof vanuit de landbouw", zo staat in het deskundigenbericht. Volgens het deskundigenbericht bestaat geen aanleiding om aan te nemen dat de werkelijke emissies significant afwijken van de berekende emissies.