ECLI:NL:RVS:2017:1119
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling inzake intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft bij besluit van 16 december 2015 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en diens aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond is en dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond is. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris ondeugdelijk had gemotiveerd dat er in Benghazi geen uitzonderlijke situatie is die bescherming biedt volgens artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling baseert zich op eerdere uitspraken waarin de veiligheidssituatie in Libië is beoordeeld en concludeert dat de stukken geen ander beeld geven dan reeds eerder is vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het intrekkingsbesluit van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.