ECLI:NL:RVS:2017:1326
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs terugkeer naar Iran
De staatssecretaris wees een asielaanvraag af omdat de vreemdeling niet aannemelijk maakte dat hij na zijn inreis naar Frankrijk weer naar Iran was teruggekeerd. De vreemdeling overhandigde indirect bewijs in de vorm van verklaringen van een werkgever, arts en een verkoopakte, maar geen directe reisdocumenten.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de authenticiteit van deze stukken en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in, waarbij de Raad van State het beroep gegrond verklaarde en de uitspraak van de rechtbank vernietigde.
De Raad van State overwoog dat de indirecte bewijzen onvoldoende samenhangend en overtuigend waren, en dat de vreemdeling niet had aangetoond dat hij het grondgebied van de lidstaten had verlaten. De staatssecretaris had het besluit zorgvuldig genomen en hoefde de stukken niet nader te laten onderzoeken. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond, en het oorspronkelijke beroep bij de rechtbank werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt bevestigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.