ECLI:NL:RVS:2017:1335
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
Bij besluit van 4 januari 2016 legde de minister een boete van €8.000 op aan [appellante] wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd opgelegd omdat een vreemdeling zonder verblijfstitel en zonder tewerkstellingsvergunning op 19 juni 2015 werkzaamheden verrichtte voor [appellante].
[Appellante] voerde aan dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt, geen arbeidsrelatie had met de vreemdeling, hem niet had betaald en niet wist dat hij illegaal in Nederland verbleef. De rechtbank oordeelde echter dat het feitelijk verrichten van arbeid in opdracht van [appellante] voldoende is voor werkgeverschap in de zin van de Wav, ongeacht loonbetaling of arbeidsrelatie.
De Raad van State bevestigde deze uitspraak en wees het beroep van [appellante] af. Ook het betoog dat de boete gematigd zou moeten worden wegens gebrek aan draagkracht faalde, omdat geen actuele financiële gegevens waren overgelegd. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De boete van €8.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.