ECLI:NL:RVS:2017:1364
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilvergoeding voor rechtsbijstand in zaak persoonlijke betalingsregeling
De zaak betreft een hoger beroep van een rechtsbijstandverlener tegen de vaststelling van een nihilvergoeding door de raad voor rechtsbijstand voor verleende rechtsbijstand aan een cliënt in een beroepsprocedure over de afwijzing van een persoonlijke betalingsregeling door de Belastingdienst/Toeslagen.
De raad had de toevoeging verleend, maar de vergoeding op nihil gesteld op grond van artikel 7 van Pro het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria en het feit dat de zaak niet juridisch of feitelijk complex was, waardoor de behartiging van het belang redelijkerwijs aan de cliënt zelf kon worden overgelaten. De rechtbank had dit standpunt bevestigd.
In hoger beroep betoogde de appellant dat de zaak complex was en dat het besluit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, maar de Raad van State oordeelde dat de beperking van de subsidiëring gerechtvaardigd en proportioneel was en het recht op toegang tot de rechter niet in essentie aantastte.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de nihilvergoeding voor rechtsbijstand en verklaart het hoger beroep ongegrond.