ECLI:NL:RVS:2017:1365
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilvergoeding rechtsbijstand bij persoonlijke betalingsregeling
De zaak betreft een hoger beroep tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om de vergoeding voor verleende rechtsbijstand aan nihil vast te stellen in een procedure over de afwijzing van een verzoek om een persoonlijke betalingsregeling bij de Belastingdienst/Toeslagen.
De raad verleende de toevoeging zonder inhoudelijke toetsing op grond van het High Trust één op één-programma, maar stelde de vergoeding op nihil omdat volgens artikel 7 van Pro het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria geen toevoeging wordt verleend voor betalingsregelingen en de zaak niet juridisch of feitelijk complex is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de behartiging van het belang redelijkerwijs aan de cliënt zelf kan worden overgelaten.
In hoger beroep betoogde appellant dat de zaak complex was en dat het besluit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, het recht op een eerlijk proces. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het recht op toegang tot de rechter niet absoluut is en dat de beperking van subsidiëring gerechtvaardigd en proportioneel is. De cliënt kan zich kosteloos laten adviseren, bijvoorbeeld door het Juridisch Loket.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de nihilvergoeding voor rechtsbijstand omdat de zaak niet toevoegingswaardig is.