ECLI:NL:RVS:2017:1415
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 25 september 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In hoger beroep heeft de staatssecretaris een nieuw standpunt ingenomen over de geloofwaardigheid van het door de vreemdeling gestelde conflict in het ziekenhuis en de daaropvolgende gebeurtenissen met de politie. De staatssecretaris concludeerde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro. Hiermee werd het motiveringsgebrek in de eerdere uitspraak hersteld.
De vreemdeling voerde aan dat de staatssecretaris een zwaardere motiveringsplicht had vanwege erkenning door de UNHCR, maar dit werd verworpen omdat geen individuele erkenning was aangetoond. Ook het betoog dat de vreemdeling risico loopt door weigering van de dienstplicht faalde, evenals het argument over de algemene veiligheidssituatie en humanitaire omstandigheden in het vluchtelingenkamp.
De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en handhaaft de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit.