ECLI:NL:RVS:2017:1436
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening rijgeschiktheidsbesluiten na vrijspraak politierechter
In deze zaak heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) het verzoek van appellant om herziening van besluiten tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs afgewezen. Deze besluiten waren genomen naar aanleiding van een vermoeden van onvoldoende rijgeschiktheid vanwege een te hoog alcoholpromillage. Appellant was in de strafrechtelijke procedure vrijgesproken door de politierechter.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen het afwijzingsbesluit van het CBR ongegrond verklaard. Appellant stelde dat de vrijspraak en andere getuigenverklaringen aanleiding moesten zijn voor herziening, en dat het CBR onterecht had geweigerd zijn gegevens te verwijderen uit het systeem, mede op grond van een vermeende toezegging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de bestuursrechtelijke maatregel losstaat van de strafrechtelijke procedure en dat een vrijspraak geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt die herziening rechtvaardigt. Het CBR mocht uitgaan van de juistheid van het proces-verbaal, dat een vermoeden van ontoereikende rijgeschiktheid bevatte. De door appellant overgelegde getuigenverklaringen konden dit vermoeden niet weerleggen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezegging was gedaan door een bevoegd persoon.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot herziening van de rijgeschiktheidsbesluiten wordt bevestigd.