ECLI:NL:RVS:2017:1509
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar en ongegrondverklaring hoger beroep omgevingsvergunning kap bomen
Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam verleende op 20 november 2014 een omgevingsvergunning voor het kappen en herplanten van vier bomen in Schiedam. Appellant A, B en C maakten bezwaar tegen dit besluit. Het college verklaarde het bezwaar van appellant A niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid en het bezwaar van appellant B en C deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant A tegen deze besluiten ongegrond. Hiertegen stelden appellant A, B en C hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant B en C geen belanghebbenden zijn bij het besluit en verklaarde hun hoger beroep niet-ontvankelijk. Het hoger beroep van appellant A werd inhoudelijk behandeld en eveneens ongegrond verklaard.
De Afdeling overwoog dat appellant A op ruime afstand van de bomen woont en geen zicht heeft op de te kappen bomen. Zijn hobbymatige bijenhouderij, waarbij bijen tot 3 km vliegen, rechtvaardigt geen belanghebbendheid omdat de impact van de kap binnen die straal verwaarloosbaar is. De rechtbank en het college handelden terecht door het bezwaar van appellant A niet-ontvankelijk te verklaren. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant A wordt ongegrond verklaard en dat van appellant B en C niet-ontvankelijk; de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.