ECLI:NL:RVS:2017:1711
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging educatieve maatregel Alcohol en Verkeer ondanks betoog ne bis in idem
Het CBR legde appellant een educatieve maatregel Alcohol en Verkeer (EMA) op naar aanleiding van een ademalcoholgehalte van 720 µg/l bij een aanhouding op 1 januari 2015. Appellant betaalde reeds een boete van € 1.000,- opgelegd door het Openbaar Ministerie en stelde dat de EMA een dubbele straf is, strijdig met het ne bis in idem-beginsel zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de EMA een bestuurlijke maatregel is gericht op verkeersveiligheid en geen strafrechtelijke sanctie, zodat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is. De EMA is een lichtere maatregel dan het alcoholslotprogramma en heeft niet dezelfde gevolgen, zoals het vervallen van het rijbewijs.
Verder is niet gebleken dat de kosten van de EMA voor appellant onbetaalbaar waren of dat de maatregel een punitief karakter had. Ook het opnemen van vakantiedagen voor het volgen van de EMA leidt niet tot een onevenredige last. Uit verklaringen van minister en politie volgt niet dat de EMA als dubbele bestraffing wordt beschouwd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de oplegging van de educatieve maatregel Alcohol en Verkeer door het CBR bevestigd.