ECLI:NL:RVS:2017:178
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.W.M. Bijloos
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking rijvaardigheidsverklaring wegens fraude bij praktijkexamens
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) trok op 6 februari 2015 de verklaringen van rijvaardigheid van twee appellanten in na een onderzoek naar fraude bij praktijkexamens. De fraude betrof een examinator die in samenwerking met meerdere rijscholen kandidaten onterecht liet slagen. De rechtbank Amsterdam vernietigde de besluiten deels en bepaalde dat het CBR een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep bij de Raad van State werd het systeem van indicatoren dat het CBR hanteert ter vaststelling van onterechte slagen beoordeeld. De Raad oordeelde dat het CBR aannemelijk heeft gemaakt dat de verklaringen ten onrechte zijn afgegeven, mits naast de eerste twee basisindicatoren minimaal één extra indicator van toepassing is. De vierde indicator, die ziet op overstappen naar verdachte rijscholen na meerdere mislukte examens, werd door de Raad breder uitgelegd dan de rechtbank had gedaan.
Voor beide appellanten werd geoordeeld dat het CBR terecht de intrekking van de verklaringen handhaafde. Het belang van de appellanten bij het behouden van hun rijbewijs woog niet zwaarder dan het algemene belang van verkeersveiligheid. Het beroep van één appellant werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van het CBR gegrond, en de uitspraak van de rechtbank bevestigd of vernietigd waar van toepassing. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan één van de appellanten.
Uitkomst: De intrekking van de verklaringen van rijvaardigheid door het CBR wordt bevestigd wegens aannemelijke fraude bij praktijkexamens.