ECLI:NL:RVS:2017:1834
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling geen reëel risico loopt bij terugkeer naar Eritrea
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag van de Eritrese vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling geen reëel risico loopt bij terugkeer naar Eritrea.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het hoger beroep van de staatssecretaris en oordeelde dat de vreemdeling sinds 2003 meerdere keren legaal en zonder problemen Eritrea heeft kunnen verlaten en betreden, ook na het verlopen van haar uitreisvisum. De staatssecretaris had bovendien aangetoond dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat haar eerdere verblijven en reizen verband hielden met werk, noch dat zij nu anders zal worden behandeld.
Hoewel het ambtsbericht van 2017 een positiever beeld schetst van terugkeer naar Eritrea, blijft onzekerheid bestaan. De Afdeling achtte de motivatie van de staatssecretaris echter deugdelijk en concludeerde dat de vreemdeling geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij vrijwillige terugkeer.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.