ECLI:NL:RVS:2017:2048
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit planschadevergoeding na vrijstelling bouwhoogte industrieterrein Wormer
Het college van burgemeester en wethouders van Wormerland verleende in 2007 een vrijstelling van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van de cacaofabriek van Cargill, waardoor de toegestane bouwhoogte werd verhoogd van 9 meter naar deels 12 en deels 15 meter. Een omwonende, de wederpartij, stelde dat zij hierdoor planschade had geleden en vroeg om vergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de vrijstelling niet voorzienbaar was en kende vergoeding toe. Het college en Cargill gingen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak dat een deel van de vrijstelling (tot 12 meter) wel voorzienbaar was op grond van binnenplanse vrijstellingsmogelijkheden, maar de verhoging boven 12 meter niet. Het college moest het besluit op bezwaar heroverwegen met deze uitgangspunten.
Na nadere advisering concludeerde de SAOZ dat de waardevermindering door de verhoging van 12 naar 15 meter bouwhoogte niet aantoonbaar was. De Afdeling oordeelde dat het college het besluit van 19 november 2013 ten onrechte niet had aangepast, vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij. De uitspraak bevestigt dat voorzienbaarheid van planologische wijzigingen mede kan worden gebaseerd op binnenplanse vrijstellingsmogelijkheden en benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige motivering bij planschadevergoedingen.
Uitkomst: Het besluit van 19 november 2013 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.