ECLI:NL:RVS:2017:2063
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over bevoegdheid bestuursrechter bij invordering dwangsommen bouw- en gebruiksverbod
Het college van burgemeester en wethouders van Haaren legde dwangsommen op wegens overtreding van het bouwverbod en het gebruiksverbod van een paardenbak op een perceel. De rechtbank oordeelde dat voor de invordering van de dwangsommen inzake de paardenstal niet de bestuursrechter, maar de burgerlijke rechter bevoegd is, omdat de overtreding een eenmalige overtreding betreft die vóór 1 juli 2009 is gepleegd.
Het college stelde dat de bestuursrechter wel bevoegd is omdat de handhavingsprocedure na 1 juli 2009 is gestart en dat de overtreding voortduurde. De Raad van State oordeelde dat het overgangsrecht van de Vierde tranche van de Awb bepaalt dat in dit geval het oude recht geldt en de burgerlijke rechter bevoegd is.
Verder oordeelde de Raad dat de last onder dwangsom voor het gebruik van de paardenbak voldoende concreet was en dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de last was overtreden. Daarom kon het college de dwangsom niet invorderen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond.