ECLI:NL:RVS:2017:2123
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asielaanvraag wegens Dublinverordening
De vreemdeling diende op 8 december 2015 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de acceptatie van het terugnameverzoek door Bulgarije niet betekent dat er een inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag heeft plaatsgevonden die tot een definitief besluit heeft geleid. Hierdoor was nader onderzoek door de staatssecretaris niet vereist.
De vreemdeling voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing was vanwege gebreken in de Bulgaarse asielprocedure en opvang. De Afdeling verwierp dit standpunt op basis van recente uitspraken en rapporten, en concludeerde dat de vreemdeling geen reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht aan Bulgarije.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.