ECLI:NL:RVS:2017:2171
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige staandehouding
De vreemdeling werd op 30 juni 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staandehouding van de vreemdeling onrechtmatig was en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat dit gebrek niet leidde tot onrechtmatigheid van de inbewaringstelling. De staatssecretaris had geen zwaarwegende belangen gesteld die de bewaring rechtvaardigden, noch aannemelijk gemaakt dat uitzetting op korte termijn mogelijk was.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard. De vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend voor de periode van 30 juni tot 7 juli 2017. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdelingenbewaring onrechtmatig bevonden.