ECLI:NL:RVS:2017:235
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- D.J.C. van den Broek
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig beslissen ligplaatsvergunning binnenhavens Vlissingen
Appellante, een bedrijf dat rondvaarten organiseert, diende op 9 april 2014 een voorlopig verzoek in voor een ligplaats in de binnenhavens van Vlissingen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het verzoek onvoldoende concreet was om als aanvraag te gelden. Appellante stelde dat het verzoek wel degelijk een aanvraag was en dat het college het verzoek in behandeling had genomen, wat bleek uit het opstellen van een concept-besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het verzoek als aanvraag in behandeling had genomen en dat het college de aanvrager had moeten verzoeken om aanvullende informatie. Verder werd geoordeeld dat de Dienstenwet en de Dienstenrichtlijn niet van toepassing waren op de ligplaatsvergunning, aangezien deze vergunning niet specifiek de dienstenactiviteit regelt.
Omdat het college niet tijdig een besluit had genomen, was het beroep gegrond en werd de dwangsom vastgesteld op €1.260,00. Het college werd opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen en bekend te maken, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, tot een maximum van €15.000. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen en bekend te maken, met vaststelling van dwangsommen.