ECLI:NL:RVS:2021:1541
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- G.M.H. Hoogvliet
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ligplaatsvergunningen Vlissingen wegens onzorgvuldige belangenafweging
De zaak betreft het hoger beroep van een rederij die een ligplaatsvergunning in de binnenhavens van Vlissingen wilde verkrijgen om rondvaarten en andere activiteiten te organiseren. Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen had echter ambtshalve ligplaatsvergunningen verleend aan derden zonder de appellant de mogelijkheid te bieden mee te dingen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de vergunningen aan derden waren geëxpireerd en appellant geen belang had bij inhoudelijke beoordeling. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het belang van appellant ontkende, omdat zij aannemelijk had gemaakt dat zij schade had geleden door het ontbreken van een ligplaatsvergunning.
De Afdeling stelde vast dat het college onvoldoende had onderbouwd dat er geen ligplaatsen beschikbaar waren en dat er geen zorgvuldige belangenafweging had plaatsgevonden. De besluitvorming was daarmee onrechtmatig. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 27 juni 2017 vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.