ECLI:NL:RVS:2017:2415
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering wijziging persoonsgegevens in Basisregistratie Personen
De appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om zijn persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen (BRP) te wijzigen. Het college weigerde dit omdat niet onomstotelijk vaststond dat de geregistreerde gegevens onjuist waren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hem de mogelijkheid tot identiteitsherstel had geboden en dat hij een Russisch biometrisch paspoort bezat dat zijn nieuwe identiteit bevestigde. Hij stelde dat de verklaring onder belofte uit 2009 onjuist was afgelegd vanwege het ontbreken van een tolk en vrees voor terugkeer naar Rusland. De Raad van State overwoog dat voor wijziging van gegevens in de BRP onomstotelijk moet vaststaan dat de gegevens onjuist zijn en dat de verklaring onder belofte destijds rechtsgeldig was. Het paspoort werd onvoldoende onderbouwd met brondocumenten en het identificatieproces was niet toegelicht.
Daarnaast betoogde appellant dat het weigeren van de wijziging onevenredig was en dat dit gevolgen had voor zijn verblijfsvergunning. De Raad van State oordeelde dat vreemdelingenrechtelijke argumenten niet relevant zijn voor de beoordeling van het bestuursorgaan dat over de BRP beslist. Er was geen grond om te veronderstellen dat het college direct verantwoordelijk was voor de mogelijke intrekking van de verblijfsvergunning.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het college om de persoonsgegevens in de BRP te wijzigen wegens onvoldoende bewijs van onjuistheid.