ECLI:NL:RVS:2017:2592
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 7 juni 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het onjuist aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. Op 14 juni 2016 werd dit besluit schriftelijk bevestigd, waarbij een bedrag van €126,00 aan kosten aan appellant werd toegerekend. Appellant maakte bezwaar, dat door het college werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellant stelde dat hij het afval correct in de daartoe bestemde container had gedeponeerd en overhandigde verklaringen van buurtbewoners die zagen dat een toezichthouder zijn afval uit de container haalde. Het college stelde dat de afvaldoos met een sticker met naam en adres van appellant naast de inzamelvoorziening was aangetroffen, en dat appellant daarmee als overtreder kon worden aangemerkt.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht aannam dat de afvaldoos aan appellant kon worden toegerekend en dat diens stellingen en verklaringen onvoldoende waren om aan te nemen dat hij niet de overtreding had begaan. Het college mocht uitgaan van de rapportage van de toezichthouder. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot kostenoplegging voor bestuursdwang wegens onjuist aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.