ECLI:NL:RVS:2019:309
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kostenverhaal bestuursdwang bij onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 30 oktober 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast vanwege het onjuist aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, waarbij een doos naast de aangewezen inzamelvoorziening werd aangetroffen. Het college heeft de kosten van deze bestuursdwang, €126,00, op appellant verhaald. Appellant betoogde dat hij de doos wel juist had aangeboden en dat deze mogelijk door een derde uit de container was gevallen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat appellant als overtreder kan worden aangemerkt omdat de doos met zijn naam en adres was gelabeld en naast de inzamelvoorziening werd aangetroffen. Het betoog van appellant wordt verworpen omdat de schriftelijke verklaring van een getuige onvoldoende objectief bewijs vormt en het risico van een volle container voor zijn rekening komt.
Ook het bezwaar dat de kosten onredelijk hoog zouden zijn, wordt verworpen. De kosten betreffen niet alleen het verwijderen van de doos, maar ook het onderzoek en de rapportage. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenverhaal van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.