ECLI:NL:RVS:2017:2593
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang bij onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 17 mei 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het onjuist aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. Het college stelde de kosten van deze bestuursdwang op €126,00 en legde deze kosten aan appellant op.
Appellant voerde aan dat hij niet de overtreder was omdat hij zijn afval correct in afgesloten containers aanbiedt en dat derden de zakken uit de containers halen en open achterlaten. Ook klaagde appellant dat hij vanwege medische redenen niet persoonlijk kon verschijnen bij de hoorzitting.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college terecht aannam dat de afvalzak met een poststuk met naam en adres van appellant herleidbaar was tot appellant. De stelling dat derden de zakken uit containers halen was onvoldoende om het bewijsvermoeden te weerleggen. De klacht over de hoorzitting faalde omdat appellant telefonisch is gehoord en voldoende gelegenheid had zijn bezwaren toe te lichten.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot kostenoplegging bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.