ECLI:NL:RVS:2017:2639
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor verbouwing opslagruimte tot woning ondanks bezwaar omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon verleende op 4 december 2015 een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bestaande opslagruimte tot een woning op een perceel te Haringhuizen. Tegen dit besluit maakten [appellant A] en [appellante B], omwonenden, bezwaar en beroep, dat door de rechtbank werd afgewezen. Zij stelden onder meer dat het college ten onrechte artikel 4 van Pro bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) had toegepast en dat het bouwplan zou leiden tot schaduwhinder en privacyverlies.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning te verlenen met toepassing van artikel 4, aanhef en onder 1 en 9, van bijlage II bij het Bor, waarbij verschillende onderdelen gecombineerd mogen worden toegepast. De Afdeling verwierp het betoog dat de kruimelgevallenregeling niet van toepassing zou zijn en bevestigde dat de vergunning niet in strijd is met de eis dat het aantal woningen gelijk blijft.
Verder vond de Afdeling dat het college de belangen van de omwonenden voldoende heeft meegewogen. De beperkte schaduwhinder, die vooral in vroege ochtenduren in het voor- en najaar optreedt, is niet onaanvaardbaar in een bebouwde omgeving. De vrees voor privacyverlies en het toekomstige gebruik van het gebouw zijn niet relevant voor het besluit en eventuele overtredingen zijn handhavingskwesties.
Ten slotte faalde het betoog over strijd met de Provinciale Ruimtelijke Verordening wegens onvoldoende onderbouwing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning is bevestigd.