ECLI:NL:RVS:2017:2641
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor illegale omzetting zelfstandige woonruimte in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde aan appellant een bestuurlijke boete van €4.000 op wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte aan een adres in Rotterdam in onzelfstandige woonruimte. Na bezwaar werd de boete verlaagd tot €2.000. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de eigenaar als verhuurder een zorgplicht heeft om zich te informeren over het gebruik van zijn woning. Appellant had onvoldoende toezicht gehouden, onder meer doordat hij de woning slechts enkele keren bezocht in verband met een lekkage en de huur contant werd betaald, wat een aanwijzing was voor onjuist gebruik. Hierdoor kon appellant niet aannemelijk maken dat hij niet wist of kon weten van de illegale omzetting.
De Raad van State bevestigde dat het college bevoegd was om de boete op te leggen en dat de hoogte van de boete in overeenstemming is met de Huisvestingsverordening en het evenredigheidsbeginsel. De aangevoerde persoonlijke omstandigheden van appellant vormden geen bijzondere omstandigheden die matiging van de boete rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €2.000 wegens illegale omzetting van woonruimte wordt bevestigd.