ECLI:NL:RVS:2020:1598
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onttrekking woning aan bestemming tot bewoning zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een bestuurlijke boete van €20.500 op wegens het onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning zonder vergunning, geconstateerd na meldingen van woonfraude en een onderzoek waarbij meerdere huursters werden aangetroffen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat bijzondere omstandigheden, zoals het uitbesteden van beheer aan een makelaar en het ontbreken van medewerking aan de overtreding, tot matiging van de boete hadden moeten leiden. Tevens stelde zij dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden en dat zij onheus werd bejegend tijdens de bezwaarprocedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant als eigenaar verantwoordelijk is voor het gebruik van de woning en dat het inschakelen van een makelaar haar zorgplicht niet ontslaat. De boetehoogte is wettelijk vastgesteld en passend geacht, en de aangevoerde bijzondere omstandigheden waren onvoldoende om matiging te rechtvaardigen. Ook was er geen sprake van onbehoorlijke bejegening of strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €20.500 wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.