ECLI:NL:RVS:2017:2668
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2008 wegens ontbreken bewijs
Appellant verzocht om herziening van het besluit waarbij de kinderopvangtoeslag over 2008 op nihil was vastgesteld. De Belastingdienst/Toeslagen wees dit verzoek af omdat appellant geen ondertekende opvangovereenkomst van het gastouderbureau had overgelegd, noch bewijs van betaling van de kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende stukken had aangeleverd ter onderbouwing van zijn verzoek. Appellant voerde onder meer aan dat onvolkomenheden in de opvangovereenkomst hem niet konden worden verweten en dat hij niet hoefde aan te tonen dat hij de kosten had betaald.
De Raad van State overwoog dat de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd was het besluit definitief vast te stellen binnen vijf jaar na het toeslagjaar, ondanks het overschrijden van de beslistermijn van artikel 19 Awir Pro. Tevens is vastgesteld dat appellant feiten en omstandigheden moet aanvoeren die herziening rechtvaardigen, wat hij niet heeft gedaan.
De Afdeling benadrukte dat een ondertekende schriftelijke overeenkomst tussen gastouderbureau en ouder vereist is en dat appellant de verplichting heeft een deugdelijke administratie van de kosten bij te houden. Het ontbreken van deze bewijsstukken leidt tot afwijzing van het herzieningsverzoek.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2008 van appellant wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijsstukken.