ECLI:NL:RVS:2017:2699
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken over drugsafval en fietsenverwijdering
De zaak betreft hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die zijn beroepen niet-ontvankelijk verklaarde wegens misbruik van procesrecht. Appellant had twee Wob-verzoeken ingediend: een over documenten betreffende de handelswijze bij het constateren en ruimen van drugsafval, en een over documenten betreffende formaliteiten bij het verwijderen van fietsen.
Het college van burgemeester en wethouders had de verzoeken afgewezen omdat zij niet beschikten over de gevraagde documenten. Appellant maakte bezwaar, dat niet-ontvankelijk werd verklaard, waarna hij beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Appellant voerde aan dat de rechtbank buiten de omvang van het geding was getreden en dat hij niet enkel proceskosten wilde incasseren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat misbruik van recht kan worden aangenomen wanneer bevoegdheden evident zonder redelijk doel of met kwade trouw worden aangewend. Uit het procesgedrag, de onduidelijkheid over het doel van de verzoeken en de betrokkenheid van gemachtigde blijkt dat de verzoeken vooral waren gericht op het verkrijgen van proceskostenvergoedingen. De rechtbank heeft terecht misbruik van recht aangenomen en de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring wegens misbruik van recht bij de Wob-verzoeken.