ECLI:NL:RVS:2017:2756
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning dakopbouw ondanks cultuurhistorische bezwaren en privaatrechtelijke belemmeringen
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 11 januari 2016 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een dakopbouw op een pand in Breda. De appellant, eigenaar van een naastgelegen pand, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende aantasting van de cultuurhistorische waarde en privaatrechtelijke belemmeringen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Het hoger beroep bij de Raad van State richtte zich op de vraag of het bouwplan als dakopbouw kon worden aangemerkt, of het aantal woningen zou toenemen, de beoordeling van cultuurhistorische waarden, en de aanwezigheid van een evidente privaatrechtelijke belemmering.
De Raad van State oordeelde dat het bouwplan terecht als dakopbouw werd aangemerkt en dat geen sprake was van een toename van het aantal woningen. De beoordeling van de cultuurhistorische waarde door het college, mede gebaseerd op het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, was voldoende gemotiveerd en viel binnen de beoordelingsvrijheid. De vermeende privaatrechtelijke belemmering werd niet als evident aangemerkt, zodat het college de vergunning terecht kon verlenen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.