ECLI:NL:RVS:2017:2855
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens mensenhandel en psychische klachten
De staatssecretaris heeft op 19 september 2014 besloten de verblijfsvergunningen van vreemdeling 1 en haar minderjarige zoon in te trekken en verlengingsaanvragen af te wijzen, vanwege het sepot van een aangifte mensenhandel en het ontbreken van bijzondere individuele omstandigheden volgens de Vreemdelingencirculaire 2000.
De vreemdelingen stelden medische verklaringen over psychische klachten over, waarin werd gesteld dat terugkeer naar Armenië medisch onverantwoord zou zijn. De rechtbank oordeelde in 2016 dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom deze omstandigheden niet tot een verblijfsvergunning leidden en gaf de minister gelegenheid tot nadere motivering, die volgens de rechtbank onvoldoende was.
De minister stelde in hoger beroep dat de psychische problemen niet doorslaggevend zijn en dat de vreemdelingen een aparte aanvraag voor medische behandeling moeten indienen. De Raad van State oordeelt dat de minister de motivering wel degelijk deugdelijk heeft gegeven en dat de rechtbank ten onrechte het besluit van de minister vernietigde.
De Raad van State vernietigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, waardoor de beroepen van de vreemdelingen ongegrond worden verklaard.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en vernietigt de uitspraken van de rechtbank, waardoor de beroepen van de vreemdelingen ongegrond worden verklaard.