ECLI:NL:RVS:2017:2914
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf minderjarige vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 29 maart 2016 een aanvraag af voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van een minderjarige vreemdeling die naar haar echtgenoot wilde nareizen. De vreemdeling was minderjarig bij indiening en ten tijde van het besluit. De minister baseerde het besluit op de Wet tegengaan huwelijksdwang, waardoor het huwelijk in Nederland niet werd erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het recht dat gold op het moment van ontvangst van de aanvraag had moeten worden toegepast. De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat artikel 1.27 van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet van toepassing was in asielprocedures zoals deze nareisprocedure.
De Raad van State oordeelde dat het mvv onderdeel is van het reguliere vreemdelingenrecht en dat artikel 1.27 van het Vreemdelingenbesluit 2000 wel degelijk van toepassing is. De gewijzigde regelgeving per 5 december 2015 was niet gunstiger dan de eerdere regels. Het hoger beroep van de minister faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt de minister tot proceskostenvergoeding.